Tomulawa

Tomulawa (nama ilmiah: Curcuma zanthorrhiza, sinonim: Curcuma xanthorrhiza) pilomulo lo wunemo u'maso-maso to temu-temuan (Zingiberaceae). [1] Pilomulo botiye londo lipu lo Jawa wawu tersebar to Asia Tenggara, bomadelo Malaysia, Thailand, Filipina, Tiongkok, India, Jepang, Korea, wawu negara-negara to Eropa. jabo tumulo to lipu Jawa botiye, ramba-rambe beyito tumulo to datahu lipu Maluku wawu Kalimantan.[2]
Tanggulo ngopohiya
[boli'a | boli'a bungo]Ramba-ramba botiye woluwo tanggu-tanggula ngopohiya, to lipu lo Jawa tilanggula liyo Temulawak,[3] to lipu lo Sunda tilanggula liyo koneng gede, wawu to lipu lo Madura tilanggula liyo temu labak.[1] Pilomulo botiye tumula mo piyohu to datahu mopa sambe de'ulanggata mola 1500 meter toyitatiyo baya lo deheto wawu mohala'o to lipu lo tropis. [2]
Hunaliyo
[boli'a | boli'a bungo]To Indonesia talatuwewu liyo tapuliyo (rimpang). tapu liyo lo Tomulawa botiye helobu'o liyo pohutu jamu wawu hebanggahe liyo. Tapu (rimpang) liyo botiye huwa-huwantohe 48–59,64 % Zat tepung, 1,6–2,2 % kurkumin, dan 1,48–1,63 %. yinulo atsiri moobandu kalaja lo Oyile wawu antiinflamasi. to'uwewo hunaliyo mowali powunemo to babira, wawu mo'o hilawo monga antikolesterol, antiinflamasi, anemia, antioksidan, modaha kanker, wawu antimikroba. to tawu lo Hulantalo hepopohuna liyo mowali pohunemo panyaki to tidelomo ombongo, wawu mowali olo mopo kaluwari patu to wawa'o.
Referensi
[boli'a | boli'a bungo]- 1 2 Mahendra, B: “13 Jenis Tanaman Obat Ampuh”, halaman 95. Penebar Swadaya, 2005
- 1 2 Rukmana, R: “Temu-Temuan”, halaman 14. Kanisius, 2004
- ↑ têmu : I. N. pangguh, KW. panggih, K. vinding; ontmoeting, bijeenkomst, samenkomst van twee personen, die elkander vinden op dezelfde plaats. têmuning pangantèn, de samenkomst van bruid en bruidegom op den avond (J. vóór, gew. tusschen 5 en 6 uur Wk.) van den bruiloftsdag BTDj. 578, wanneer de bruidegom in feestelijken optocht (pangarak) zonder zijn ouders met zijn gevolg ten huize van de ouders zijner bruid ontvangen wordt (vgl. ijab, nikah); hierop volgt ngundhuh mantu, zie bij undhuh, (bij iemand komen, om iemand op te zoeken of een bezoek te brengen? R.; ook in de spreektaal zva. katêmu, kêpanggih, BTDj. 476). anyar panggih, in poëzie: nieuw gevonden BS. 215. têmu pèk, zie pèk. têmu ros, of ° rose, sirihbladen welker aderen elkander op éen punt, aan de verlenging van den steel, ontmoeten; als medicijn gebruikt Wk. têmu gêlang, zva. têpung gêlang, zie gêlang. têmu, ook zva. pêndhak, bv. têmu taun, eigl. terugkeerend jaar, vgl. WS. 135. — II. KN. naam van een wortel, Curcuma Zerumbet Rxb., nat. fam. der Zingibaraceae Fil., die tot medicijn gebruikt wordt, en waarvan verschillende soorten met bijzondere bijnamen onderscheiden worden, zooals têmu poh, (Tj. I, 708) têmu putih, têmu ireng, têmu kuning, têmulawak, têmu lathi, (PL. II, 137) en andere (vrg. êmpon-êmpon); volg. Wk. een Orchis; van sommige soorten wordt het zetmeel (pathi) als arrowroot tot pap of salèp gemaakt. — têtêmu, pêpanggih, bij iemand komen, om een bezoek te brengen of hem te komen opzoeken K. 13, 26; JBr. n°. 52, AS. — nêmu, mangguh, poët., manggih, iets vinden BTDj. 38, JZ. II; ondervinden van iets dat iemand treft, wedervaart of overkomt; BTDj. 13 ongeluk, 64 den dood, BG. 331: de hemelsche zaligheid; iets uitvinden JR.; iem. dien men toevallig bij een ander ontmoet, tegelijk (of ter loops) met dezen inviteeren Wk. nêmu kêluputan, schuld beloopen, zich schuldig maken, zonder opzet om te misdoen. mangguh swarga, den hemel erlangen BG. 496, WG. 74. anak nênêmu, een vondeling Isk. 24. nêmu kelangan, wangs. voor iwak sili, [ili-ili] JZ. II, 277. tinêmu, pinangguh, BS. pinanggih, te vinden; wat door iemand te ondervinden is of ondervonden of bevonden wordt BTDj. 50; vgl. nog WG. 74. ora tinêmu ing budi, onbegrijpelijk SR.; niet in overeenstemming met (iems.) gevoelen K. 7, 184; Rh. pinanggih, K. ook voor kêpanggih. têmu-tinêmu, van weêrskanten bij elkander komen, ook in den zin van bij elkander passen Wk., elkander ontmoeten RP. 8. — katêmu, kêpangguh, poët., kêpanggih, (tundhuk, KI., Wk.?) gevonden, te vinden; iemand aantreffen, ontmoeten op een plaats; overeenkomen (vgl. trus), bv. van een hoedanigheid, die goed bij een andere komt, daarmee overeenkomt Waj. I, 63; bij iemand komen, ook om iemand te spreken JZ. I, 198; iets ondervinden van wat iemand wedervaart of overkomt RP. 158; bevonden worden aan de eischen te beantwoorden; zich laten vinden, zich wel schikken RP. 38. kang katêmu rêmbuge, het besluit van de beraadslaging. apa wis katêmu atimu, ben je al tot een besluit kunnen komen? R. (volg. Rh. ben je het met je zelf eens?). katêmune ing atiku, wat mij dunkt (of wat ik zou denken). — nêmoni, manggihi, iemand of iets aantreffen, vgl. tundhuk, (bv. zulk een persoon, of zulk een gast); iets op zijn weg aantreffen of vinden; bij iemand gaan of komen, naar iemand toegaan BTDj. 5, bv. om iemand te spreken; ook iemand, die bij iemand aan huis komt, ontvangen of recipieeren (met naar hem toe te gaan). anêmoni dhayoh, BG. 426, 427; pass. BTDj. 636. — nêmokake, manggihakên, personen elkander doen ontmoeten, bij elkander brengen BG. 412; een kind in het huwelijk verbinden met iemand Prěg. 6; bruid en bruidegom op den avond van den bruiloftsdag bij elkander brengen; maken dat iets, dat verloren is, gevonden wordt; iets, dat te zoek is, terecht brengen, terug bezorgen; de draden of koorden inééndraaien of inéénslaan, bij het touwdraaien, vgl. tampar. ° idêp, de pinkers elkander doen ontmoeten, voor slapen Wk. ° pangasahe lading, de snede van een mes scherp maken; dit geschiedt op een fijne slijpsteen, na bladhah, Wk. — têmon, panggihan, gevonden, vondst; wat gevonden wordt of is. bocah têmon, een vondeling of têtêmon, (ook têmonan, Wk.) pêpanggihan, samenkomst; met een ander, of met elkander, een samenkomst hebben. — panêmu, pamanggih, het vinden, ondervinden, uitvinden; iemands bevinden; uitvinding, bv. om zich te reden; streken, die men bedenkt WP. — patêmon, (ook elkaar ontmoeten Waj. I, 40, en een veld met têmu, II) (pê)panggihan, een samenkomst Bab. Jo. I, 601, Waj. II, 127: v. bruid en bruidegom, huwelijk? zóo althans BG. 439; de uitrekening van den dag, die als een gelukkige beschouwd wordt voor de samenkomst van bruid en bruidegom Wk. dina patêmon bêcik, dag waarop alles gelukkig samentreft DN. I, 158. dèrèng sapatêmon, ongeveer zva. dèrèng atut, nog geen gemeenschap hebben gehad van man en vrouw Rs. 12. — panêmuan, pamanggihan, plaats van een bijeenkomst R. Sumber: Javaansch-Nederlandsch Handwoordenboek, Gericke en Roorda, 1901, #918.